De Man

Idsart is op de MVA een gewaardeerd lid, die een ieder die daarom vraagt met raad en daad bijstaat. Ook buiten de MVA is hij bekend door zijn presentaties over de diverse motoren en hun eigenaardigheden. Hij is zeer bekend met de CX500, waar hij alle ins en outs van kent.

Als boerenjongen sleutelt hij graag aan agrarische machines, maar wel de klompen aan. Zo neemt hij regelmatig een maaier of tractor onder handen. In zijn werkplaats en op de verenigingsavonden knapt hij graag motoren op. Maar naast motorsleutelaar is hij ook "verzamelaar". Met een speciale takelconstructie worden de motoren vanuit zijn werkplaats boven op de eerste etage gezet. Elk jaar mogen 5 voor dat jaar geselecteerde motoren rekenen op zijn speciale aandacht en worden dan een jaar lang bereden. Elk jaar weer een nieuwe selectie, de hieronder beschreven motor zal zeker aan deze lijst worden toegevoegd.

In deze blog laten we de kant van Idsart zien, die ons op de vereniging het dichtst bijstaat. Die van "motorsleutelaar", dit project startte als een saaie Yamaha Diversion 600. Totdat Idsart zijn "visie" erop losliet. Hier zijn reisverslag.

Door de lagen eraf te denken, de pure machine zien

 

Ruim een jaar geleden heb ik voor vrienden deze motor gangbaar gemaakt, de Diversion had een jaar of wat onder een zeiltje gewoond en daar wordt hij niet beter van. Niet dat hij het niet liep, want na een dagje prutsen deed alles het weer. Maar de eigenaar wilde er echter toch afscheid van nemen en dus overgaan tot verkoop. Helaas, zo’n Diversion levert niks op, hij rijdt prima maar 500 euro krijg je er niet voor.

Maar dan koopt je hem, wat te doen met een saaie Yamaha Diversion 600? Is deze motor wel zo saai? Eigenlijk is deze motor gestorven aan zijn eigen succes.

Het is best een leuke motor, in de 90-er jaren zijn er veel van verkocht. Als je het plaatwerk er afhaalt, blijft er een mooi frame en blok over en de techniek is helemaal okay.

Goede raad is niet duur, ik dacht "maak er een cafe-racer" van. Maar hiermee kwamen de keuzes, welke stijl houd ik aan? Pas ik mij aan naar de huidige mode of blijf ik in de 70-er jaren hangen? Voor mij was het duidelijk, de 70-er jaren moet het worden.

Met in gedachten de zo roemrijke "Guzzi Le-Mans" en een al eerder door mij omgetoverde Honda CB75, was de keuze gemaakt.

De Visie

Hiermee was de kleurstelling en stijl duidelijk; hij wordt rood met een brede zwart bies over de kuip en tank, metalen spatschermen, een Rickman top-half kuip en stoere chrome uitlaatpijpen.

(Redactie: Als Idsart een motor onderhanden neemt, dan gaat alles uit elkaar)

Aan het werk dus, alles slopen, galvaniseren, poeder coaten en spuiten. Maar ook allerlei beugeltjes maken.

De gehele achterkant moet er af, deze is veel te massief voor een cafe-racer en een metalen spatscherm plus klein achterlichtje is veel leuker.

De tank van de Yam is wel okay, dus mag blijven.

Op de foto even een tussenstand, het frame is aangepast, toen gepoedercoat en ook de motor zit opnieuw in de verf.

Een oude buddyseat van een Honda CB750 cafe-racer blijkt gewoon perfect te passen op het frame, maar een goede zithouding vraagt wel om voetsteunen die een stukje naar achteren zijn verplaatst en ook het stuur moet omlaag.

Dan is de motor zo goed als klaar. Maar nu is hij nog standaard, de kuip ontbreekt nog.

 De Kers

Het frame van de Rickman kuip vraagt echter om meer aandacht en door de kuip te ondersteunen met wat hout kan de juiste stand bepaald worden. Nu moet er een frame voor gemaakt worden en ook het originele dashboard moet blijven. Dit levert nog wat hoofdbrekens op.

Er is dus heel wat gelast en geslepen, vast-los-vast-los en buigen, totdat het past. Ik heb ze geteld, alle beugeltje en stangetjes die ik gemaakt heb, ruim 40.

Het aanpassen van de Yamaha naar een cafe-racer valt eigenlijk wel mee, het leuke van deze brommer is de degelijke techniek. Het motorblok is helemaal okay, remmen zijn goed, vering doet het.

Dit was vroeger wel anders met een Triumph, BSA of Ducati. Trillen, olie lekkages en niet echt veel vermogen. Nu blinkt een Diversion ook niet echt uit in vermogen, maar je kan wel gewoon "volgas" rijden. Daarom koos ik ook de uitlaatpijp van een moderne Triumph, deze ziet er stoer uit maar is wel stil. Kan je toeren maken tot aan het rood, zonder dat iemand er last van heeft.

Er is nog wel wat werk aan de motor, omdat de 4 carburateurs gesynchroniseerd moeten worden. Ook blijkt tijdens de test dat de vierde cilinder en uitlaat niet warm worden. Wel is er een vonk, dus de carburateur zal een probleem hebben en weer uit elkaar moeten.

Maar het is simpele techniek en dus mag dit geen probleem geven. Als straks de club weer open is, kan hij aan de kwik meters en zal hij goed lopen.

 

Aldus Idsart, het eindresultaat is er ondanks dit kleine probleempje niet minder om zijn.

De kers op de taart mag wel de originele Rickman kuip met de zwarte bies genoemd worden.

Idsart heeft hiermee zijn visie gegeven hoe een cafe-racer er moet uitzien, met weinig woorden en beperkte middelen is dit moois bereikt. Chapeau.

Weer een uniek exemplaar voor zijn prachtige collectie. Dit gehele jaar rijdt hij nog rond om bewonderd te worden.

 

 

 

 

Het is een gedachtenspinsel, die blijft ronddraaien, totdat je het in handen hebt.

 

Het virus is begonnen toen ik de motoren van de Distinguished Gentlemans Ride 2015 Amsterdam zag langskomen.

Ik wist niet van het bestaan af, maar tot op heden is het een deel van mijn leven geworden.

Motoren, het sleutelen, verbouwen en bouwen.

Ik ben gaan zoeken op YouTube, heb bijna alle filmpjes gezien en ben toen gaan zoeken naar een project.

Op een website werd ik geïnspireerd door de motor van Nozem. Een CX500 dat zou het worden!

 

Target gespot, orgaan donor gekozen

Op het internet kwam ik een bejaarde CX500 tegen met 84000 km op de teller en een dikke Polaris kuip. Dit werd mijn donor bike.

De eigenaar wilde een oude jaren 50 motor kopen en daarom ging de CX weg. Hij reed nooit harder dan 80 á 90 km, dat was hard genoeg.

Ik geloofde hem. Met de logge CX500 vanuit Zwolle in een dikke regenbui achter het grote scherm teruggereden naar Almere.

Mijn vrouw die achter me reed gaf aan dat waar de motor eerst net honderd reed, ik steeds harder ging en uiteindelijk met een gang van 130 ben teruggereden. Het leek ook wel of de motor loskwam.

                                                                           

Bij aankomst de motor meteen schoongespoten in een spuitcabine en daar zag ik waar al het gerammel vandaan kwam. De Polaris kuip zat niet helemaal vast, maar er lag ook een leisteen met een tekst erop. Deze hangt nu als trofee aan de muur.

 

Strippen

Thuis meteen alles wat zwaar was eraf gehaald, mijn zoon van 14 hielp daarmee. Alleen als je aan de ene kant een bout linksom losdraait, dan is het logisch dat aan de andere kant het de ander kant op is. Gewapend met een flinke sleutel brak de eerste moer aan de rechterkant al snel af.

De motor begon steeds meer vorm te krijgen, door het verwijderen van onderdelen. Nu heeft de stance van een CX500 een schuin naar beneden lopende lijn door de tank en de ophanging voor de vering. Na het zien van vele filmpjes en YouTube wist ik waar de zaag erin moest. Daar meteen aantekeningen van gemaakt en de motor verder gestript, zodat ik de onderdelen kon beoordelen en spuiten.

Frame aanpassing

De achterveerophanging moest omlaag, wel zou dan de cardanas onder een hoek komen te staan, maar de motor was er voor de looks niet om nog eens 50k te rijden. Door het verplaatsen van de ophanging kwam de achterkant iets omhoog.

Dus de veerophanging er af geslepen en een U bocht gekocht in een Webshop. Toen een opzetje gemaakt.

                                  

                                                              

Omdat je geen extra beugeltjes etc. wilt plaatsen, heb ik het bevestigingsplaatje voor de vering in de hoek gezet zodat ook de U-bocht meer steun zou hebben. Om de boel aan elkaar te bevestigen een elektrode lasapparaat geleend. Deze kwam uit een kwantum winkel, waar kwaliteit niet telt. Hiermee geprobeerd de bocht vast te zetten, zodat op mijn werk het goed vastgezet kon worden. Alleen liep hiermee mijn Workmate flinke brandschade op. Dus op het werk iemand met las ervaring de verbindingen laten lassen, aangezien je niet wilt dat als je op het zadel zit deze afbreekt.

De bocht had ik tijdelijk vastgezet met ty-rapes, zodat ik meteen een plaat onder de bocht en strips voor het zadel erop kon zetten.

De opbouw

Voor de elektronica en zekeringen heb ik uit een oude aluminium brievenbus een bakje gevouwen. Nu was het originele plan om de accu in het kontje te plaatsen. Dus de maten van het frame met U-bocht op hout overgenomen en met schuim en de nieuwe lithium accu aan de slag gegaan.Maar de kont werd dan te groot. Dus toen ontstond het idee om de accu onder de motor te hangen.

Het kontje gemaakt met piepschuim, tape en glasmatten. Het zou een tijdelijk kontje worden om te kijken hoe het moest.

                                                       

Later heb ik dit kontje toch gebruikt om op tijd klaar te zijn voor de DGR van 2017 en dus zwart gespoten en gebruikt.  Op een avond met zwarte skai een zitting genaaid en met klittenband erop geplakt.

Omdat ik nog wijzigingen wilde aanbrengen, wilde ik het frame niet poedercoaten, maar had op internet gezien dat de epoxy Roll-bar verf van VHT daarvoor het geschiktst was. Die kon ik via een bedrijf in Almere aanschaffen en ik heb alles wat zwart is ermee gespoten. Later ook het motorblok met hittebestendige verf van VHT. Ook mochten de bekende openluchtfilters niet ontbreken, je wilt toch meedoen met de hype.

                                            

De tank wilde ik in mat groen wrappen, maar tijdens het rijden wapperde dat los. Dus toen de tank gestraald en met 2K lak gespoten.

De motor was gelukkig twee weken voor de DSG 2017 klaar en deze heb ik met mijn broer Robert en 900 anderen in Amsterdam gereden.

Dit is waar ik hem voor gebouwd hebt. Wat een genot!! Met zijn alle met veel te veel geluid door de IJ-tunnel.

                                                               

 

Het resultaat in 2017

Op weg naar perfectie!

Maar de motor was nog niet geheel naar mijn zin. Ook was na de winter onder de blanke lak van de tank een soort sjek (tabak) spoortjes zichtbaar. Dit bleek in het staal te zitten. Dus weer de tank gestraald, maar nu ingesmeerd met Owatrol en dat doe ik nu af en toe, zonder dat het lelijk wordt. Top.

Ook bleek de accu doordat hij onder de balanspot van de uitlaat zat erg heet te worden. Het kunststof was al gaan smelten. Dus hier eerst maar een frame met vleugeltjes voor koeling op gezet en tussen het framepje en de uitlaat uitlaatwrap gedaan. Toen was het goed.

Tijdens het eerste jaar had ik elke keer last van olielekkage en dat bleek van de remhendel te komen, nl. een rubbertjes van de hoofdremcilinder. Nu blijken geen van de revisie setjes de juiste te zijn voor mijn CX500A. Dus zelf een kleine aanpassing aan een van de rubberen schijfjes gedaan. Een jaar later weer lekkage. Ik heb toen een Brembo hoofdremcilinder gekocht, bleek dat er een voor 1 schijf te zijn. Dus bij het remmen kneep ik en dan kwam mijn pink klem te zitten en je remt dan pas op het laatste moment. Toch weer een nieuwe gekocht en die is super.

Ook de stuurgrepen konden mooier, dus met leer en draad nieuwe gemaakt. Ja, toen was het kontje niet meer in style. Op internet skai gekocht dat matchte met de handgrepen en een nieuw kontje gemaakt. Dat moest in twee keer, want je ziet dan weer iets niet helemaal goed zitten. Ook nog een ophanging gemaakt voor mijn nummerplaat van 15mm pijp.

                                               

Zo heb ik samen met mijn broer Robert, de DSG 2019 gereden, een van de natste aller tijden. Waar men de opkomst verwachtte van 1100 man, stonden er nu maar 100. 

Zoals de motor nu is, zo staat hij bovenaan het blog.

 

Hiermee is ook tijdelijk de bouw en verbouwing van mijn cafe racer gestopt, maar nu heb ik een ander project. En ben begonnen met de bouw van een board tracker.